Ruwe celstof in paardenvoer: vezels en energie
Ruwe celstof zegt iets over de hoeveelheid vezels in voer. Vezels worden niet direct verteerd, maar in de dikke darm langzaam afgebroken via fermentatie. Dat levert energie, maar langzamer dan S&Z of vet. Toch zijn vezels onmisbaar.
Wat ruwe celstof is en hoe het zich verhoudt tot energie
Ruwe celstof (RC) zegt iets over de hoeveelheid vezels in voer. Dat is de plantaardige structuur die je paard niet direct kan verteren, zoals wel gebeurt met suiker of zetmeel. In plaats daarvan komen vezels in de dikke darm terecht. Daar breken bacteriën ze langzaam af tot vetzuren die je paard alsnog als energie kan gebruiken. Dat proces heet fermentatie.
Niet alle vezels zijn hetzelfde. Een deel, lignine, is voor je paard helemaal niet te verteren. Dat deel levert dus geen energie, hoe lang het ook in de dikke darm zit. Een voer met veel ruwe celstof bevat doorgaans ook meer lignine. Daardoor levert een voer met veel ruwe celstof over het geheel genomen minder energie per kilo. Het fermenteerbare deel van de vezels levert op zich nog steeds wel energie, en telt mee in het totale energiecijfer. Lees meer over hoe dat totaal wordt opgebouwd in het artikel over energie.
Waarom vezels toch belangrijk zijn, ook al leveren ze minder energie
Vezels doen meer dan alleen energie leveren. Ze zorgen ervoor dat je paard langer kauwt. Dat houdt de speekselproductie op gang. Speeksel helpt om maagzuur te bufferen. Vezels houden ook de darmen actief: ze zorgen voor voldoende volume en beweging in de darm.
Wat er gebeurt bij te weinig vezels
Een rantsoen met te weinig vezels, of te weinig ruwvoer, betekent minder kauwtijd en minder speekselproductie. Speeksel buffert maagzuur, dus dit kan bijdragen aan maagzweren. Ook kan onvoldoende volume en beweging in de darm bijdragen aan koliek. Dit gaat om de totale hoeveelheid vezels die je paard op een dag binnenkrijgt, niet om het celstofgehalte van dit ene voer. Een signaal om op te letten: dunne of natte mest kan wijzen op een verstoring in de fermentatie in de dikke darm.
Wat er gebeurt bij heel grof, traag verteerbaar voer
Voer met veel ruwe celstof en veel lignine wordt langzaam gefermenteerd. Is er te weinig beter verteerbare vezels ernaast? Dan kan dit bijdragen aan een tragere passage door de darm. Een signaal om op te letten: harde, droge mest kan hierop wijzen. Twijfel je over de mestkwaliteit van je paard? Dan is dat een goed moment om je dierenarts of voedingsadviseur te raadplegen.
Voor welke paarden dit een aandachtspunt is
Vezelrijk, energiearm voer past goed bij sobere rassen en paarden die weinig energie nodig hebben, maar wel voldoende volume en kauwtijd. Sportpaarden en magere paarden hebben juist veel energie nodig in een beperkte hoeveelheid voer. Voor hen is een lager celstofgehalte vaak praktischer, want een vezelrijk voer vraagt dan al snel te veel volume om genoeg energie te leveren.
Waarom de portie en het hele rantsoen meetellen
Het celstofgehalte van dit voer is niet het enige dat telt. Ruwvoer zoals hooi levert ook vezels, en meestal zelfs de meeste. Voor het totaalbeeld is de optelsom van ruwvoer en krachtvoer relevanter dan het cijfer van dit ene product.
Een voorbeeld: voer A heeft 200 gram ruwe celstof per kilo, aanbevolen portie 1 kilo per dag, dat geeft 200 gram. Voer B heeft 120 gram per kilo, aanbevolen portie 2 kilo per dag, dat geeft 240 gram. Voer B heeft een lager gehalte per kilo, maar levert toch meer ruwe celstof op. Kijk daarom altijd naar het totaal bij de aanbevolen portie.
Veelgestelde vragen
Wat is ruwe celstof?
Ruwe celstof zegt iets over de hoeveelheid vezels in voer. Je paard verteert vezels niet direct. In de dikke darm fermenteren bacteriën ze, wat wel energie oplevert, maar langzamer dan uit S&Z of vet.
Waarom heeft voer met veel ruwe celstof vaak minder energie?
Zulk voer bevat doorgaans meer lignine. Dat is het deel van de vezels dat helemaal onverteerbaar is en dus geen energie levert.
Waarom zijn vezels toch belangrijk als ze minder energie leveren?
Vezels zorgen voor kauwtijd en speekselproductie. Dat helpt bij het bufferen van maagzuur en houdt de darmwerking actief.
Waaraan kan ik zien of het vezelgehalte van het rantsoen niet goed is?
Mestkwaliteit geeft een indicatie. Dunne of natte mest kan wijzen op een verstoorde fermentatie, vaak gerelateerd aan te weinig vezels. Harde, droge mest kan wijzen op een trage passage, vaak gerelateerd aan heel grof, traag verteerbaar voer. Bij twijfel is dit een goed gespreksonderwerp voor je dierenarts.
Voor welke paarden is vezelrijk voer geschikt?
Vooral voor sobere rassen en paarden die weinig energie nodig hebben. Sportpaarden hebben veel energie nodig in een beperkte hoeveelheid voer, dus voor hen is vezelarmer voer vaak praktischer.